Iris Scholten verhuisde in de zomer van 2018 naar de kleine Duitse plaats Vilsbiburg. Voor De Gelderlander zocht ik de volleybalster uit Nijmegen op. We hadden een leuk gesprek over haar avontuur in de buurt van München. ,,Vier jaar geleden was ik nog lekker aan het ballen bij Vocasa en had ik dit niet gedacht.” 

Iris Scholten | De Gelderlander

Lees hier het verhaal

Zelfs de Chinese culinaire trekpleister de Golden Panda is al leeggestroomd. Als de avond net is gevallen blijft er helemaal weinig over van Vilsbiburg. Het dorp ten oosten van München telt 12.000 zielen, heeft een lichtgroene poorttoren als ’toeristische attractie’ en een hoofdstraat van slechts 200 meter vol met typische Zuid-Duitse gekleurde huisjes. Als gemoedelijkheid ergens is uitgevonden, is het in Vilsbiburg.

Het plaatsje is sinds de zomer de thuisbasis van Iris Scholten, volleybalster van Rote Raben Vilsbiburg. ,,In het begin zat ik hier een paar maanden alleen, toen heb ik mezelf wel afgevraagd hoe ik hier ga overleven”, zegt de Nijmeegse. ,,Het was even zwaar. Ik had geen twijfels, maar ik ging wel elke dag facetimen met mama, papa en vriendinnen. Nu app ik twee of drie dagen niet en krijg ik een berichtje van mijn moeder: ik hoor niets, dus het zal wel goed gaan.”

Scholten (19) straalt. Gelukzalig zit ze in Café Pension Konrad. De verhuizing naar Duitsland pakt nog beter uit dan gedacht. ,,Laatst waren we twee dagen vrij. Ik had naar huis gekund, maar in plaats daarvan ging ik met twee teamgenootjes naar Wenen.”

Kantelmoment in de zware zomermaanden is de thuiskomst van Laura Künzler. De Zwitsers-Amerikaanse volleybalster is huis- en teamgenoot, maar bovenal een goede vriendin. ,,Ik heb altijd gedacht dat het bij een buitenlandse club alleen maar volleybal, volleybal, volleybal is. Maar er is meer dan dat. Natuurlijk is het veel volleybal, alleen heb ik nu ook een sociaal leven opgebouwd hier.”

Scholten traint tien keer per week. Ze is in Duitsland een ‘profi’. Maar kom met die term niet aanzetten bij de Nijmeegse. Ze krijgt weer een ongemakkelijk gevoel als ze terugdenkt aan de eerste salarisstorting. ,,Ik voel me nog geen professionele volleybalster, misschien doordat ik nog niet op het niveau van speelsters uit het Nederlands team zit. Ik ben op avontuur in Duitsland, me aan het ontwikkelen in de Bundesliga.”

Pa en ma

De Duitse competitie komt begin dit jaar voor het eerst in beeld na een stevig gesprek met haar ouders. Pa en ma zetten Scholten, dan speelster van eredivisieclub Alterno, voor het blok: het studentenleven in en voor de lol volleyballen of de ingeslagen topsportweg doorzetten.

,,Vorig seizoen ging ik vanaf het begin vaker stappen. Ook heel leuk. Na dat gesprek besefte ik alleen dat ik niet altijd alles opzij heb gezet voor het volleybal om vervolgens terug te gaan naar een vriendenteam van Vocasa. Dat kan altijd nog. Toen Vilsbiburg een optie werd, wist ik voordat ik hier was geweest al dat ik dit zou doen. Het gevoel was meteen goed. Dit was een unieke kans.”

De Bundesliga is in alles groter dan de eredivisie. Meer geld, betere speelsters én meer belangstelling. Wedstrijden worden live uitgezonden op tv, bij thuisduels zitten zo’n 1500 toeschouwers. Scholten wordt zelfs kort na aankomst in Vilsbiburg herkend en aangesproken door fans, terwijl haar Duits dan nog nauwelijks aan de eisen van de middelbare school voldoet. ,,Gewoon lachen en ‘ja’ zeggen”, vertelt Scholten met een vette grijns.

Centrifuges

Vilsbiburg is door de financiële impulsen van een internationale producent van centrifuges en bandpersen uit het dorp een middenmoter in de Bundesliga. Een perfecte leerplek. Scholten moet bij de ‘Rode Raven’ vooral vlieguren maken om een sterkere diagonaalspeelster te worden.

,,Ik moet beter worden in een bal slaan, precies daar waar ik wil. En ik moet de verschillende opties verbeteren. Nu ben ik het beste in een bal langs de lijn slaan, zodat die via het blok uitgaat. Maar bijvoorbeeld een wereldtopper als Lonneke Sloetjes kan alle mogelijkheden die je hebt als diagonaal goed uitvoeren, zelfs bij een slechte bal van de spelverdeler. In zo’n geval kan ik alleen de bal langs de lijn slaan.”

Scholten is één van de elf Nederlandse speelsters in de hoogste Duitse liga. Steeds jonger verlaten volleybalsters de eredivisie. De Nijmeegse kent die discussie. ,,Ze proberen wel speelsters langer in Nederland te houden, maar er is hier nou eenmaal meer geld. Als je van het TalentTeam op Papendal komt, mag je de eerste twee jaar niet naar het buitenland. Tenzij er een vergoeding wordt betaald. Dat is best een aardig bedrag, maar clubs hier betalen dat makkelijk. Voor mij hebben ze dat ook moeten doen.”

De Bundesliga geldt als perfecte eerste buitenlandse competitie. Het kan een tussenstap vormen naar de absolute Europese top in Italië of Turkije. Maar zo groot wil Scholten niet denken. ,,Vier jaar geleden was ik nog lekker aan het ballen bij Vocasa en had ik dit niet gedacht. Met bewuste keuzes en kleine stappen wil ik alles uit mijn carrière halen en hopelijk ooit het Nederlands team halen.”

Iris Scholten: verliefd op Vilsbiburg

Iris Scholten verhuisde in de zomer van 2018 naar de kleine Duitse plaats Vilsbiburg. Voor De Gelderlander zocht ik de volleybalster uit Nijmegen op. We hadden een leuk gesprek over haar avontuur in de buurt van München. ,,Vier jaar geleden was ik nog lekker aan het ballen bij Vocasa en had ik dit niet gedacht.” 

Iris Scholten | De Gelderlander

Lees hier het verhaal

Zelfs de Chinese culinaire trekpleister de Golden Panda is al leeggestroomd. Als de avond net is gevallen blijft er helemaal weinig over van Vilsbiburg. Het dorp ten oosten van München telt 12.000 zielen, heeft een lichtgroene poorttoren als ’toeristische attractie’ en een hoofdstraat van slechts 200 meter vol met typische Zuid-Duitse gekleurde huisjes. Als gemoedelijkheid ergens is uitgevonden, is het in Vilsbiburg.

Het plaatsje is sinds de zomer de thuisbasis van Iris Scholten, volleybalster van Rote Raben Vilsbiburg. ,,In het begin zat ik hier een paar maanden alleen, toen heb ik mezelf wel afgevraagd hoe ik hier ga overleven”, zegt de Nijmeegse. ,,Het was even zwaar. Ik had geen twijfels, maar ik ging wel elke dag facetimen met mama, papa en vriendinnen. Nu app ik twee of drie dagen niet en krijg ik een berichtje van mijn moeder: ik hoor niets, dus het zal wel goed gaan.”

Scholten (19) straalt. Gelukzalig zit ze in Café Pension Konrad. De verhuizing naar Duitsland pakt nog beter uit dan gedacht. ,,Laatst waren we twee dagen vrij. Ik had naar huis gekund, maar in plaats daarvan ging ik met twee teamgenootjes naar Wenen.”

Kantelmoment in de zware zomermaanden is de thuiskomst van Laura Künzler. De Zwitsers-Amerikaanse volleybalster is huis- en teamgenoot, maar bovenal een goede vriendin. ,,Ik heb altijd gedacht dat het bij een buitenlandse club alleen maar volleybal, volleybal, volleybal is. Maar er is meer dan dat. Natuurlijk is het veel volleybal, alleen heb ik nu ook een sociaal leven opgebouwd hier.”

Scholten traint tien keer per week. Ze is in Duitsland een ‘profi’. Maar kom met die term niet aanzetten bij de Nijmeegse. Ze krijgt weer een ongemakkelijk gevoel als ze terugdenkt aan de eerste salarisstorting. ,,Ik voel me nog geen professionele volleybalster, misschien doordat ik nog niet op het niveau van speelsters uit het Nederlands team zit. Ik ben op avontuur in Duitsland, me aan het ontwikkelen in de Bundesliga.”

Pa en ma

De Duitse competitie komt begin dit jaar voor het eerst in beeld na een stevig gesprek met haar ouders. Pa en ma zetten Scholten, dan speelster van eredivisieclub Alterno, voor het blok: het studentenleven in en voor de lol volleyballen of de ingeslagen topsportweg doorzetten.

,,Vorig seizoen ging ik vanaf het begin vaker stappen. Ook heel leuk. Na dat gesprek besefte ik alleen dat ik niet altijd alles opzij heb gezet voor het volleybal om vervolgens terug te gaan naar een vriendenteam van Vocasa. Dat kan altijd nog. Toen Vilsbiburg een optie werd, wist ik voordat ik hier was geweest al dat ik dit zou doen. Het gevoel was meteen goed. Dit was een unieke kans.”

De Bundesliga is in alles groter dan de eredivisie. Meer geld, betere speelsters én meer belangstelling. Wedstrijden worden live uitgezonden op tv, bij thuisduels zitten zo’n 1500 toeschouwers. Scholten wordt zelfs kort na aankomst in Vilsbiburg herkend en aangesproken door fans, terwijl haar Duits dan nog nauwelijks aan de eisen van de middelbare school voldoet. ,,Gewoon lachen en ‘ja’ zeggen”, vertelt Scholten met een vette grijns.

Centrifuges

Vilsbiburg is door de financiële impulsen van een internationale producent van centrifuges en bandpersen uit het dorp een middenmoter in de Bundesliga. Een perfecte leerplek. Scholten moet bij de ‘Rode Raven’ vooral vlieguren maken om een sterkere diagonaalspeelster te worden.

,,Ik moet beter worden in een bal slaan, precies daar waar ik wil. En ik moet de verschillende opties verbeteren. Nu ben ik het beste in een bal langs de lijn slaan, zodat die via het blok uitgaat. Maar bijvoorbeeld een wereldtopper als Lonneke Sloetjes kan alle mogelijkheden die je hebt als diagonaal goed uitvoeren, zelfs bij een slechte bal van de spelverdeler. In zo’n geval kan ik alleen de bal langs de lijn slaan.”

Scholten is één van de elf Nederlandse speelsters in de hoogste Duitse liga. Steeds jonger verlaten volleybalsters de eredivisie. De Nijmeegse kent die discussie. ,,Ze proberen wel speelsters langer in Nederland te houden, maar er is hier nou eenmaal meer geld. Als je van het TalentTeam op Papendal komt, mag je de eerste twee jaar niet naar het buitenland. Tenzij er een vergoeding wordt betaald. Dat is best een aardig bedrag, maar clubs hier betalen dat makkelijk. Voor mij hebben ze dat ook moeten doen.”

De Bundesliga geldt als perfecte eerste buitenlandse competitie. Het kan een tussenstap vormen naar de absolute Europese top in Italië of Turkije. Maar zo groot wil Scholten niet denken. ,,Vier jaar geleden was ik nog lekker aan het ballen bij Vocasa en had ik dit niet gedacht. Met bewuste keuzes en kleine stappen wil ik alles uit mijn carrière halen en hopelijk ooit het Nederlands team halen.”

De andere verhalen uit Duitsland

Iris Scholten: Verliefd op Vilsbiburg