Robbert te Loeke was de aanleiding voor mijn eerste journalistieke reis. Ik leerde hem kennen in zijn tijd bij Achilles’29. Na zijn transfer naar Plymouth Argyle, in de zomer van 2017, vertelde de keeper uit Arnhem enthousiast over zijn avontuur in het zuiden van Engeland. Daarop besloot ik hem op te zoeken in de havenstad. Het werden leuke ontmoetingen.

Robbert te Loeke | De Gelderlander

Lees hier het verhaal

Splinters in je benen door de houten stoeltjes, een klassieke pismuur en een fraaie havenstad als thuisbasis. Keeper Robbert te Loeke uit Arnhem heeft hiervan gedroomd. ,,Heb je die toegangspoortjes gezien? Zo oud.”


Het is een majestueuze omgeving. Magisch bijna. Smeaton’s Tower, de eeuwenoude vuurtoren in Hoe Park. Het uitzicht op Drake’s Island en die typisch Engelse landschappen. Plymouth, een fraaie historische havenstad in het zuidelijke puntje van Engeland.

Sinds de zomer is dit de thuisgrond van Robbert te Loeke. De keeper uit Arnhem is in dienst van Plymouth Argyle, een club uit de League One (derde niveau). ,,De eerste uitwedstrijd zaten we 14,5 uur in de bus, inclusief zeven uur file. Welkom in Plymouth. Dit voelt als het einde van de wereld.”

Te Loeke vertelt vol enthousiasme over zijn avontuur, terwijl hij over Hoe Promenade schuifelt. Af en toe tuurt hij naar de zee, naar het einde van Het Kanaal tussen Engeland en Frankrijk. In de zomer wordt Plymouth en omgeving ingenomen door badgasten en surfers, maar ’s winters is het rustig. Alleen de herrie van de kermis overstemt af en toe het geluid van de golven en de zeemeeuwen.

Dit is precies waar Te Loeke naar op zoek was. Het avonturiersvuur in hem werd aangestoken in zijn tijd bij Werder Bremen, in 2007. De andere cultuur, een nieuw land. Het heeft hem sindsdien getrokken. Na Bremen keepte Te Loeke negen seizoenen in Nederland. Afgelopen zomer, na de degradatie uit de eerste divisie met Achilles’29, wilde hij een nieuw avontuur. Enige voorwaarde: het mag geen geld kosten. Plymouth Argyle was een lot uit de loterij.

FC Barcelona

,,Dit land ademt voetbal”, zegt Te Loeke. ,,Iedere thuiswedstrijd zitten er 10.000 fans op de tribune. Als er bij 0-0 een schot over de zijlijn vliegt, staan ze nog te klappen. De mensen zijn zo emotioneel betrokken, veel minder negatief dan in Nederland. Daar verwachten mensen te veel. Vind je het gek dat er dingen misgaan bij FC Dordrecht – FC Oss? Je hebt geen kaartje voor FC Barcelona.”

Er wordt bovendien keihard getraind door coach Derek Adams. ,,Daar houd ik wel van. In de voorbereiding stonden we eerst twee uur op het veld, in het schema stond ’s middags ‘on track’. Ik had geen idee. Moesten we sprinten op de sintelbaan. Mijn bovenbenen waren zo verzuurd en verkrampt, ik kon niet eens meer uittrappen.” En niet onbelangrijk, de financiële standaarden zijn goed. ,,Dat is wel effe wat anders dan in de eerste divisie. Ik kan nu mijn bruiloft in één keer betalen.”

Home Park, het stadion van Plymouth Argyle, is even zo het bewonderen waard als de stad zelf. Het is een ouderwetse bende. De klassieke vieze pismuur bestaat hier nog, de genodigden op de hoofdtribune zitten op houten stoeltjes. ,,Na de wedstrijd heb je splinters in je benen van die stoeltjes. En heb je die toegangspoortjes gezien? Zo oud. Dat is toch schitterend. Bij Achilles was alles tien keer zo luxe, maar dit is veel mooier. Dit is het avontuur.”

Slip

Te Loeke kijkt zijn ogen uit, spreekt vol verwondering over de kleinste zaken. ,,Wist je dat iedereen hier een ‘boot boy’ heeft? Iedere speler krijgt een jongen uit een lager team toegewezen die je schoenen schoonmaakt. Je hoeft ze alleen maar voor je plek te zetten, dan weet hij genoeg. Als dank geef je hem twee keer per jaar een presentje. Ik moest er aan wennen, maar dat is hier heel normaal.”

Of nog zoiets, de onderbroek. ,,Bij Cambuur droeg Mark de Vries, die grote spits, zo’n slip in plaats van een boxer. Ik snapte daar nooit iets van, dat zit zo half in je reet. Maar dat is dus typisch Engels. Voor de training ligt er een kledingpakketje voor je klaar, met slip. Iedereen draagt het, dus doe je mee. En ik moet zeggen, het zit best prima.

,,Ze zijn hier ook helemaal gek van boetes. Echt overal staat een boete op. Pion omschieten tijdens de training: 2 pond. Bal over het doel: 5 pond. En in de kleedkamer staat zo’n rad waar je aan moet draaien als je een boete hebt. Dan wordt ‘ie verdubbeld of gaat het bedrag keer vijf. November noemen ze hier Movember, dan worden alle boetes standaard verdubbeld. Een paar keer per jaar gaan we van de boetepot op stap, wordt alles op gezopen.”

Hernia

Toch hangt er een negatieve lading over het avontuur. Te Loeke, die twee bekerwedstrijden speelde, heeft al meer dan drie maanden last van een hernia. Hij is onlangs geopereerd en staat nog minimaal zes weken aan de kant.

,,Anders had ik nu al meer dan twintig wedstrijden gespeeld, de eerste keeper (Luke McCormick, JD) is ook geblesseerd. Het is zo zuur. Vorig seizoen was ik een van de drie spelers in de eerste divisie die geen minuut heeft gemist. Nu heb ik dit. Natuurlijk ben ik hierheen gegaan als ’tweede keeper’, maar ik ben wel vol ambitie.”

Plymouth Argyle heeft dit seizoen een keeperssyndroom. De club heeft al zeven doelmannen gebruikt. ,,Ik hoop zo snel mogelijk weer fit te zijn, maar ik moet wel aan mijn lichaam denken”, zegt Te Loeke. ,,Ik moet de rest van mijn leven door met die rug. Maar het liefst blijf ik wat jaartjes hier.”

Robbert te Loeke: Welkom aan het einde van de wereld

Robbert te Loeke was de aanleiding voor mijn eerste journalistieke reis. Ik leerde hem kennen in zijn tijd bij Achilles’29. Na zijn transfer naar Plymouth Argyle, in de zomer van 2017, vertelde de keeper uit Arnhem enthousiast over zijn avontuur in het zuiden van Engeland. Daarop besloot ik hem op te zoeken in de havenstad. Het werden leuke ontmoetingen.

Robbert te Loeke | De Gelderlander

Lees hier het verhaal

Splinters in je benen door de houten stoeltjes, een klassieke pismuur en een fraaie havenstad als thuisbasis. Keeper Robbert te Loeke uit Arnhem heeft hiervan gedroomd. ,,Heb je die toegangspoortjes gezien? Zo oud.”


Het is een majestueuze omgeving. Magisch bijna. Smeaton’s Tower, de eeuwenoude vuurtoren in Hoe Park. Het uitzicht op Drake’s Island en die typisch Engelse landschappen. Plymouth, een fraaie historische havenstad in het zuidelijke puntje van Engeland.

Sinds de zomer is dit de thuisgrond van Robbert te Loeke. De keeper uit Arnhem is in dienst van Plymouth Argyle, een club uit de League One (derde niveau). ,,De eerste uitwedstrijd zaten we 14,5 uur in de bus, inclusief zeven uur file. Welkom in Plymouth. Dit voelt als het einde van de wereld.”

Te Loeke vertelt vol enthousiasme over zijn avontuur, terwijl hij over Hoe Promenade schuifelt. Af en toe tuurt hij naar de zee, naar het einde van Het Kanaal tussen Engeland en Frankrijk. In de zomer wordt Plymouth en omgeving ingenomen door badgasten en surfers, maar ’s winters is het rustig. Alleen de herrie van de kermis overstemt af en toe het geluid van de golven en de zeemeeuwen.

Dit is precies waar Te Loeke naar op zoek was. Het avonturiersvuur in hem werd aangestoken in zijn tijd bij Werder Bremen, in 2007. De andere cultuur, een nieuw land. Het heeft hem sindsdien getrokken. Na Bremen keepte Te Loeke negen seizoenen in Nederland. Afgelopen zomer, na de degradatie uit de eerste divisie met Achilles’29, wilde hij een nieuw avontuur. Enige voorwaarde: het mag geen geld kosten. Plymouth Argyle was een lot uit de loterij.

FC Barcelona

,,Dit land ademt voetbal”, zegt Te Loeke. ,,Iedere thuiswedstrijd zitten er 10.000 fans op de tribune. Als er bij 0-0 een schot over de zijlijn vliegt, staan ze nog te klappen. De mensen zijn zo emotioneel betrokken, veel minder negatief dan in Nederland. Daar verwachten mensen te veel. Vind je het gek dat er dingen misgaan bij FC Dordrecht – FC Oss? Je hebt geen kaartje voor FC Barcelona.”

Er wordt bovendien keihard getraind door coach Derek Adams. ,,Daar houd ik wel van. In de voorbereiding stonden we eerst twee uur op het veld, in het schema stond ’s middags ‘on track’. Ik had geen idee. Moesten we sprinten op de sintelbaan. Mijn bovenbenen waren zo verzuurd en verkrampt, ik kon niet eens meer uittrappen.” En niet onbelangrijk, de financiële standaarden zijn goed. ,,Dat is wel effe wat anders dan in de eerste divisie. Ik kan nu mijn bruiloft in één keer betalen.”

Home Park, het stadion van Plymouth Argyle, is even zo het bewonderen waard als de stad zelf. Het is een ouderwetse bende. De klassieke vieze pismuur bestaat hier nog, de genodigden op de hoofdtribune zitten op houten stoeltjes. ,,Na de wedstrijd heb je splinters in je benen van die stoeltjes. En heb je die toegangspoortjes gezien? Zo oud. Dat is toch schitterend. Bij Achilles was alles tien keer zo luxe, maar dit is veel mooier. Dit is het avontuur.”

Slip

Te Loeke kijkt zijn ogen uit, spreekt vol verwondering over de kleinste zaken. ,,Wist je dat iedereen hier een ‘boot boy’ heeft? Iedere speler krijgt een jongen uit een lager team toegewezen die je schoenen schoonmaakt. Je hoeft ze alleen maar voor je plek te zetten, dan weet hij genoeg. Als dank geef je hem twee keer per jaar een presentje. Ik moest er aan wennen, maar dat is hier heel normaal.”

Of nog zoiets, de onderbroek. ,,Bij Cambuur droeg Mark de Vries, die grote spits, zo’n slip in plaats van een boxer. Ik snapte daar nooit iets van, dat zit zo half in je reet. Maar dat is dus typisch Engels. Voor de training ligt er een kledingpakketje voor je klaar, met slip. Iedereen draagt het, dus doe je mee. En ik moet zeggen, het zit best prima.

,,Ze zijn hier ook helemaal gek van boetes. Echt overal staat een boete op. Pion omschieten tijdens de training: 2 pond. Bal over het doel: 5 pond. En in de kleedkamer staat zo’n rad waar je aan moet draaien als je een boete hebt. Dan wordt ‘ie verdubbeld of gaat het bedrag keer vijf. November noemen ze hier Movember, dan worden alle boetes standaard verdubbeld. Een paar keer per jaar gaan we van de boetepot op stap, wordt alles op gezopen.”

Hernia

Toch hangt er een negatieve lading over het avontuur. Te Loeke, die twee bekerwedstrijden speelde, heeft al meer dan drie maanden last van een hernia. Hij is onlangs geopereerd en staat nog minimaal zes weken aan de kant.

,,Anders had ik nu al meer dan twintig wedstrijden gespeeld, de eerste keeper (Luke McCormick, JD) is ook geblesseerd. Het is zo zuur. Vorig seizoen was ik een van de drie spelers in de eerste divisie die geen minuut heeft gemist. Nu heb ik dit. Natuurlijk ben ik hierheen gegaan als ’tweede keeper’, maar ik ben wel vol ambitie.”

Plymouth Argyle heeft dit seizoen een keeperssyndroom. De club heeft al zeven doelmannen gebruikt. ,,Ik hoop zo snel mogelijk weer fit te zijn, maar ik moet wel aan mijn lichaam denken”, zegt Te Loeke. ,,Ik moet de rest van mijn leven door met die rug. Maar het liefst blijf ik wat jaartjes hier.”

De andere verhalen uit Engeland

Robbert te Loeke: Welkom aan het einde van de wereld